
Eva Gerlach (1948) schrijft zowel gedichten voor kinderen als volwassenen. Ze verwierf verschillende literaire onderscheidingen met als belangrijkste de P.C. Hooft-prijs in het jaar 2000 voor haar gehele poëtische oeuvre. Gerrit Komrij nam van Gerlach zeven gedichten op in zijn Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’. Gerlach debuteerde met de bundel ‘Verder geen leed’ met regelmatig ogende, strakke maar ironische gedichten. In de loop der jaren begon zij vrijere versvormen te hanteren, waarin de thematiek vrijwel onveranderd bleef: het persoonlijke leven, waaruit de doden nooit verdwijnen. In de gedichten van Eva Gerlach buitelen vleugelgeil en visdoorzwommen hazen naast draken met vreselijke klauwen, worden lettergrepen op sneeuw gemorst, dansen zelfbouwmodellen in de lucht en mag een slaper niet rennen.
17:15 Archieftuin
18:45 Klooster
19:30 Iordenstuin
20:00 Signeren