
Bernlef is de dichter van het vluchtige, die zijn gedichten niet maakt voor de eeuwigheid. Bijna om het jaar publiceert hij een nieuwe bundel om als het ware de vorige te vervangen. Al met al gaat het om een kleine duizend gedichten, die het grote publiek lang niet zo vertrouwd zijn als zijn romans. Landelijke roem verwierf Bernlef met zijn roman Hersenschimmen. Bernlef richtte in 1958 samen met G. Brands en K. Schippers het tijdschrift Barbarber op en schreef daarvoor realistische en neorealistische gedichten. Vanaf de jaren zeventig wordt zijn poëzie lyrischer van aard en persoonlijker. De toon blijft parlando en helder, tegen het prozaïsche aan. Zelf zegt hij dat de meeste ideeën in de eerste plaats als gedichten ontstaan om daarna soms uitgewerkt te worden in verhalen, essays of romans. In 1994 won Bernlef de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.
16:30 Klooster
17:30 Iordenstuin
18:15 Avicennatuin
19:00 Signeren